Indien een der misdrijven, omschreven in de artikelen 111 en 112 van dit wetboek of in de artikelen 228, eerste en derde lid, of 229 van het Wetboek van Strafrecht, door een militair in tijd van oorlog wordt gepleegd ten einde het misdrijf van desertie gemakkelijk te maken, wordt hij gestraft met gevangenisstraf van ten hoogste zes jaren of geldboete van de vierde categorie.